|
Praktijkervaring
Tijtsma Schilders‘Elkaar ergens op aanspreken is een heilig huisje’
Pieter Theo Tijtsma Tijtsma Schilders (Workum) maakt al enige tijd gebruik van de instrumenten van Knap werk. Pieter Theo Tijtsma vertelt waarom.
Hoe is de taak-functiematrix in het bedrijf ontvangen? Tijtsma: “In eerste instantie met scepsis. Er klonken geluiden als ‘wat een tijdverspilling om je met zo’n papieren rompslomp bezig te houden’. Na het invullen sloeg de stemming om. We bleken verschillende taken dubbel of juist niet te doen. Wie is eigenlijk verantwoordelijk? Dat was niet duidelijk. Inmiddels zetten we ook de laatste puntjes op de i tijdens het wekelijks werkoverleg.” Gebruikt u ook andere instrumenten van Knap werk? Tijtsma: “De checklist proces. Helpt om onze werkprocessen te standaardiseren.” Hoe hebben uw medewerkers gereageerd? Tijtsma: “Vanaf het eerste moment zeer positief. Ieder heeft de formulieren bekeken en inbreng getoond. Je ziet medewerkers een plekje opschuiven, zij doen een schep bovenop hun betrokkenheid en zijn nu verantwoordelijk voor het gehele traject.” En in het dagelijks werk? Tijtsma: “Zij spreken elkaar aan op verwachtingen en verantwoordelijkheden. Dat is in de bouw een heilig huisje, hoor!” Wat was het hoogtepunt? Tijtsma: “De eerste opleveringsformulieren die ik van mijn eigen medewerkers terugkreeg. Klanten die zich openlijk uitspreken over de gedrevenheid van onze mensen. Fantastisch! Mijn bezoeken aan klanten gaan over koetjes en kalfjes, en niet meer over het opleveren van schilderwerk. Want dat is tot in de puntjes geregeld. Iets anders is dat ik zelf wordt aangesproken op mijn eigen werkzaamheden en dus ook op mijn tekortkomingen. Dat zou je een hoogtepunt kunnen noemen, maar het is wel erg wennen.” En het dieptepunt? Tijtsma: “Bij een van de medewerksters is het besef gerijpt dat zij het liefst alleen verder wilde gaan. Maar een echt dieptepunt is dat niet. Uit de functioneringsgesprekken bleek al dat zij met een ondernemerswens rondliep.” Planmatiger werken, hoe werkt dat in uw bedrijf? Tijtsma: “We hebben een administratief medewerker aangetrokken. Ik houd mij nu bezig met de dingen die ik leuk vind en waar ik goed in ben – dat is dus niet de administratie. Deze medewerker is ook de stok achter de deur, zij zorgt voor het borgen van de werkprocessen. Hierdoor is veel meer rust in de organisatie gekomen.” Kunt u aangeven wat ‘doorgroei’ binnen uw bedrijf hiermee te maken heeft? Tijtsma: “Een nieuwe kijk op verantwoordelijkheid. Een van de medewerkers zegt het als volgt: ‘Ik ben een Tijtsma Schilder’. Het traject Knap werk sluit naadloos aan op de bedrijfsontwikkeling. Medewerkers groeien doordat zij invloed hebben op de bedrijfsvoering.” Wat is uw ‘gouden tip’ voor collega-bedrijven? Tijtsma: “Leg de verantwoordelijkheid neer op de werkvloer! Het resultaat: betrokken en verantwoordelijke medewerkers.” Nog andere tips? Tijtsma: “Ik heb gemerkt dat het leerzaam is om boven je eigen bedrijf uit te stijgen. Ik verzand snel in de dagelijkse dingen. Steeds vaker denk ik na over de grote lijnen. Knap werk heeft een enorme invloed op ons bedrijf gehad. Het vraagt nu om discipline om niet af te wijken van de uitgezette lijnen.”
|
|||
Pieter Theo runt samen met vader Marten schildersbedrijf Tijtsma Schilders in elfstedenstad Workum. Het bedrijft groeit, het resultaat van een duidelijke visie en bewuste keuzes. Toch schakelde Tijtsma een adviseur van Knap werk in. Waarom? “Al tijdens het intakegesprek roken we enkele kansen om ons te verbeteren. Gezamenlijk hebben we de contouren uitgezet in een plan van aanpak. We konden snel concreet worden: de afstemming met onze administratief medewerkster Regina , die meer ging werken bijvoorbeeld, moest goed geregeld worden. Ook zagen we kansen om te standaardiseren, wat mij tijd geeft om meer aan acquisitie en andere ondernemerszaken te doen”, aldus Pieter Theo Tijtsma. Daarna ging het snel. De huidige werd gespiegeld aan de gewenste situatie. “Daar pasten instrumenten van Knap werk bij. Die hebben we direct bij de kop gepakt. Ik begin het verschil nu al te merken.” 

